Telefoon WKZ 088 75 555 55

Woordenboek

  • Aders

    Aders zijn de dunne bloedvaatjes waar je bloed doorheen stroomt. In het bloed in aders zit meestal weinig zuurstof.

  • Algemene pediatrie

    Een specialisme dat algemene kinderziekten behandelt.

  • Anesthesie

    Anesthesie is een belangrijk hulpmiddel bij operaties of onderzoeken. Een ander woord voor anesthesie is narcose of verdoving. Anesthesie is een speciaal soort slaap die ervoor zorgt dat je niets merkt of voelt van een onderzoek of operatie.

    Zie ook Operatie.

  • Anesthesiologen

    De anesthesioloog zorgt voor je vlak voor, tijdens en na de operatie. Hij of zij zorgt ervoor dat je tijdens de operatie of een vervelend onderzoek “slaapt” (narcose) zodat je er niets van merkt. Voor de operatie stellen ze jou en je ouders een aantal vragen die belangrijk zijn voor de narcose. De anesthesioloog wordt ook wel slaapdokter genoemd.

  • Anesthesiologie

    Op deze afdeling werken slaapdokters (anesthesiologen) die je voor een operatie in een speciale slaap (narcose) brengen zodat je niets van de operatie voelt.

  • Antidepressiva

    Antidepressiva zijn geneesmiddelen die een depressie onderdrukken of voorkomen.

  • Artsen

    Als je in het ziekenhuis ligt, krijg je te maken met verschillende artsen en arts-assistenten (dokters, die opgeleid worden tot kinderarts). Er is altijd één arts die je vaker ziet en die jou en je ouders van de behandeling op de hoogte houdt. Het kan zijn dat de operatie door een andere arts wordt gedaan dan de arts die je in de polikliniek onderzocht heeft. De twee artsen hebben dan natuurlijk wel goed met elkaar overlegd.

  • Bacteriën

    Bacteriën zijn piepkleine beestjes die je met het blote oog niet kunt zien. Je kunt ze alleen zien door een microscoop. Door sommige bacteriën kun je ziek worden. Daarom worden bijvoorbeeld spullen in de operatiekamer steriel gemaakt. Dat wil zeggen dat alle bacteriën gedood worden.

  • Beademingsmachine

    Er zijn kinderen die geholpen moeten worden met ademen of zelf helemaal niet kunnen ademen (bijvoorbeeld omdat ze onder narcose zijn). Deze kinderen komen aan een beademingsmachine liggen. Ze hebben een buisje, oftewel “tube”, in hun luchtpijp.
    Deze kinderen liggen vaak op de Intensive care.
    Zie ook Intensive care.

  • Beenmergtransplantatie

    Beenmerg is de zachte massa die binnenin je beenderen zit. Soms is dit beenmerg niet gezond, dan moet je ander beenmerg krijgen. Je krijgt dan een beetje van het beenmerg van iemand anders ingespoten. Dat heet een beenmergtransplantatie.
    Soms wordt ook je eigen beenmerg ingespoten nadat het behandeld is.

  • Bloedgroep

    Er zijn meerdere soorten bloed, de zogenaamde bloedgroepen. De bekendste bloedgroepen zijn: O, O+, A+, B+, AB+, AB-, AO en AB.
    + spreek je uit als positief en – als negatief.
    De meeste mensen in Nederland hebben bloedgroep O+ of A+.

    Het is belangrijk dat een dokter weet welke bloedgroep je hebt, want als je bloed nodig hebt, mag je alleen bloed hebben dat goed voor je is. Van verkeerd bloed kun je namelijk dood gaan.

  • Cardiologie

    Op deze afdeling kom je als je problemen hebt met je hart. De dokters die hier werken heten kindercardiologen.

  • Cellen

    Mensen, dieren en planten zijn opgebouwd uit cellen. Dat zijn de allerkleinste levende deeltjes waaruit ze bestaan.

  • Chirurgie

    Dat wil zeggen dat je geopereerd moet worden. Een chirurg is een dokter die mensen opereert.

  • Chronisch

    Wanneer een ziekte lang duurt en steeds terugkomt, noemen we dat een chronische ziekte.

  • Conditie

    Je kunt een goede of slechte conditie hebben. Als je een goede conditie hebt, ben je fit en niet snel moe. Als je ziek bent is dat vaak niet zo. De inspanningsfysioloog helpt jou om een betere conditie te krijgen.

  • Darmen

    Darmen zorgen voor de vertering van dat wat je eet en drinkt. Ze halen dat wat je nog aan voedingsstoffen kunt gebruiken eruit en voeren de afvalstoffen (dat wat je niet meer nodig hebt) en dat wat je niet kunt verteren af uit je lichaam.

  • Depressie

    Een depressie is een sombere of neerslachtige stemming, een ernstige dip, die lang duurt.

  • Dermatologie / allergologie

    Op deze afdeling behandelen de dokters (dermatologen) kinderen met huidziekten en / of allergieën.

  • Dialyse

    Als je zieke nieren hebt, moeten ze een handje geholpen worden.

    Afvalstoffen moeten dan op een andere manier uit je bloed worden gehaald, via je bloed. Dat zuiveren van je bloed heet dialyse.

  • Diëtetiek

    Op deze afdeling werken diëtisten die zich met het samenstellen van diëten (aangepaste maaltijden of voedingsvoorschriften) bezighouden.

  • Diëtisten

    Als je bepaalde dingen niet en andere dingen juist wel moet eten, heb je een dieet. De diëtist bespreekt dit dieet met jou en je ouders.

  • ECG

    ECG is een elektrocardiogram, een “hartfilmpje”. Op ruitjespapier wordt de elektrische activiteit van het hart getekend. Dit gebeurt met op de borstkas geplakte elektrodes (zie elektrode). Hieraan kan de dokter zien hoe het met je hart gaat.

  • Echocardiogram

    Met dit onderzoek kun je de bouw en de werking zien van het hart. Echoonderzoek gebeurt met geluid. De door de echokop uitgezonden geluidsgolven worden teruggekaatst door het hart. Deze echo’s kun je als bewegende beelden zien op een monitor. Nu kan de dokter zien hoe het met je hart gaat.

  • EEG

    EEG is de afkorting van Electro EncephaloGram. Het is een onderzoek naar de manier waarop je hersenen werken.

  • EHBO

    EHBO staat voor Eerste Hulp Bij Ongelukken.

    In een EHBO-cursus leer je wat je moet doen bij grote en kleine ongelukken of als iemand plotseling heel erg ziek wordt.
    Het is echt eerste hulp; de hulp die je geeft voordat een dokter het van je overneemt.

  • Elektroden

    Dit zijn metalen dopjes met draadjes eraan. Deze kunnen bijvoorbeeld op je hoofd of op je borst geplakt worden en worden verbonden met een machine. Je lichaam geeft signalen die door de metalen dopjes worden opgevangen en via de draadjes worden doorgegeven aan een monitor. De monitor zet die signalen om in lijntjes. Aan die lijntjes kan de dokter of verpleegkundige zien hoe het met je gaat.

  • Endocrinologie

    Hier werken de mensen die zich met hormoonziekten bezighouden. Hormonen zijn een soort boodschappers in je lichaam.

  • Fistel

    Fistel heeft twee betekenissen: het is een soort zweer maar ook een verbinding tussen twee bloedvaten in je arm.

    Dit wordt onder andere gebruikt bij hemodialyse. Door middel van een fistel wordt je aangesloten op een kunstnier die je bloed zuivert.

    Zie ook Hemodialyse / Kunstnier.

  • Foniatrie

    Op deze afdeling werken de mensen die zich bezighouden met spraak en de manier waarop je je stem gebruikt. Kinderen die moeite hebben met praten of problemen hebben met hun spraakorganen worden hier onderzocht en behandeld.

  • Fysiotherapie

    De kinderfysiotherapeut onderzoekt hoe lenig en hoe sterk je bent, maar ook hoe goed je een opdracht uitvoert. Bijvoorbeeld hardlopen, op 1 been staan of hinkelen. Dat kunnen ook opdrachten zijn die je moeilijk vindt of misschien minder goed kan dan klasgenoten. De kinderfysiotherapeut zoekt uit hoe dat komt en geeft je een advies om te verbeteren.

  • Gastro-enterologie

    Alles wat met het maag-darmkanaal en de lever te maken heeft.

  • Geestelijke verzorging

    De mensen van de geestelijke verzorging zijn er om met je te praten als je het moeilijk hebt in het ziekenhuis, bang bent of gewoon even je hart wilt luchten.

  • Genen

    In iedere cel, in ieder piepklein deeltje van je lichaam zitten genen. Genen bepalen de eigenschappen die je van je (voor) ouders erft. Bijvoorbeeld de kleur van je ogen en van je haar.

  • Gewrichten

    Een gewricht is een plek waar je je lichaam kunt buigen. Knieën, ellebogen, polsen en enkels zijn gewrichten.

  • Gipskamer

    Op deze afdeling kom je als een lichaamsdeel, bijvoorbeeld je arm of je been, in het gips gezet moet worden.

  • Gyneacologie

    Op deze afdeling werken de gynaecologen (vrouwendokters) die zich bezighouden met alles wat met de voortplantingsorganen van de vrouw te maken heeft.

  • Hartcatheterisatie

    Een dun buisje wordt via een ader naar het hart gebracht, om daar te kijken of om een doorgang te verruimen.

  • Hematologie

    Op deze afdeling kom je als je een bloedziekte hebt en / of problemen hebt met de aanmaak van je bloed.

  • Hemodialyse

    ‘Hemo’ betekent bloed. Bij hemodialyse worden afvalstoffen en het teveel aan zouten en vocht uit je lichaam verwijderd. Een apparaat spoelt je bloed schoon, zodat alle afvalstoffen uit je bloed spoelen. Het apparaat dat dit doet kun je een kunstnier noemen. Hij neemt het werk van je eigen nier over.

  • Holding

    Dit is de wachtruimte vóór de operatiekamer.

  • Hormonen (meisjes)

    Hormonen zijn stoffen die je lichaam zelf aanmaakt. In je lichaam wordt vanaf je puberteit het vrouwelijke hormoon oestrogeen gemaakt. Dat zorgt ervoor dat je vruchtbaar wordt en dat je borsten krijgt.

  • Hydrocortison

    Hydrocortison is een hormoon dat aangemaakt wordt door de bijnier. Hydrocortison wordt extra aangemaakt op het moment van stress.

  • Immunologie

    Specialisme voor kinderen die heel gevoelig zijn voor infecties omdat hun afweersysteem niet goed werkt.

  • Immunologie / reumatologie

    Op deze afdeling houden de artsen zich bezig met de afweersysteem van het lichaam en met reuma (een ziekte aan de gewrichten).

  • Infantiele encefalopathie

    Dit is een aangeboren ziekte, waardoor je verstandelijk erg achterblijft in ontwikkeling. Dit gaat vaak samen met lichamelijke handicaps.

  • Infectie

    Je hebt een infectie als ziektekiemen je lichaam binnengedrongen zijn en zich daar vermenigvuldigen. Als je een infectie hebt in een wond, gaat die wond ontsteken.

  • Infuus

    Een infuus is een apparaat waardoor je vloeibaar voedsel of medicijnen in je lichaam kan krijgen. Dat gaat via een slangetje met een holle naald eraan. Meestal wordt het infuus in je hand aangebracht. De prik van het inbrengen van het infuus kan pijn doen. Het inspuiten van de vloeistof kan koud en gevoelig zijn.

  • Inspanningsfysioloog

    De inspanningsfysioloog onderzoekt je conditie, hoe lang je iets kunt volhouden, bijvoorbeeld hardlopen op een lopende band of fietsen op een hometrainer.

  • Intensive care

    Intensive care betekent intensieve zorg.

    Als je op de Intensive care ligt word je heel intensief behandeld en verpleegd door een speciaal hiervoor opgeleid team van artsen en verpleegkundigen. Je bent via draadjes en slangetjes verbonden met allerlei apparaten die rond je bed staan. Die apparaten helpen de verpleegkundigen om zo goed mogelijk voor je te zorgen en in de gaten te houden hoe het met je gaat.

  • Interne dagbehandeling

    Als je een behandeling, operatie of onderzoek van maximaal één dag moet ondergaan, ga je naar deze afdeling. Aan het eind van de dag, mag je dan weer naar huis.

  • Kaakchirurgie

    Op deze afdeling kom je als je geopereerd moet worden aan je kaak. De dokters die hier werken noem je kaakchirurgen.

  • Kinderbewegingscentrum

    Het Kinderbewegingscentrum is een afdeling van het kinderziekenhuis waar je naar toe gaat als bewegen moeilijk is. We kijken hoe dat komt en hoe je dat kunt verbeteren.

  • Kinderchirurgie

    Op deze afdeling kom je als je aan een bepaald orgaan geopereerd moet worden, bijvoorbeeld aan je darm, lever, maag, slokdarm of blinde darm. De dokters die je opereren heten chirurgen.

  • Klinische genetica

    Op deze afdeling werken de mensen die zich bezighouden met alles wat te maken heeft met erfelijkheid (dat wat je van je familie geërfd hebt) en ziekte.

  • KNO-chirurgie

    Op deze afdeling werken de keel-, neus- en oorartsen. Hier kom je terecht als je amandelen geknipt moeten worden of als je buisjes in je oren moet.

  • Kunstnier

    Een kunstnier is een apparaat met honderden kleine buisjes, waar het bloed doorheen stroomt. De wanden van deze buisjes zijn van een heel dun, gedeeltelijk doorlaatbaar, vlies gemaakt. Alleen de stoffen die uit het bloed gehaald moeten worden, kunnen door het vlies, de andere niet. Aan de andere kant van het vlies stroomt de dialysevloeistof. Deze vloeistof neemt de afvalstoffen uit het bloed op.

  • Laboranten

    Laboranten werken op het laboratorium.
    Als er in het priklab bloed van je is afgenomen, gaat dat in buisjes naar het laboratorium. In het laboratorium wordt je bloed door de laboranten onderzocht.

    Zie ook Laboratorium.

  • Laboratorium

    In het laboratorium werken de laboranten. Een laboratorium is een ruimte waar proeven worden gedaan. En er worden stoffen, zoals bloed en urine, onderzocht met microscopen.

    Zie ook Laboranten.

  • Logopedist

    Een ander naam voor een logopedist is spraaktherapeut. Als je problemen hebt met horen, verstaan of begrijpen van taal dan ga je naar de logopedist.

  • Longziekten

    Op deze afdeling kom je als je problemen met je longen hebt.

  • Maatschappelijk werker

    De psycholoog is dus iemand voor jou om mee te praten. Voor je ouders/ verzorgers is er ook zo iemand: de maatschappelijk werker. Hij (of zij) kan met je ouders praten over de dingen die zij moeilijk vinden of waar zij zich zorgen over maken. Hij kan hen ook helpen met hele praktische zaken, bijvoorbeeld het vrij krijgen van hun werk, het regelen van reiskostenvergoedingen, het regelen van aanpassingen in jullie huis enzovoort.

  • Medisch analist

    Soms moet je bloed onderzocht worden. Het bloedprikken gebeurt door medisch analisten van het Centraal Diagnostisch Laboratorium (CDL). Zij zijn speciaal opgeleid in het bloedprikken bij kinderen. Bloedprikken gebeurt meestal tussen 8 en 10 uur ’s ochtends.

  • Melatonine

    Melatonine is een slaaphormoon. Dat is een boodschapper die je helpt om in slaap te vallen. Je lichaam maakt zelf melatonine aan, maar niet altijd op het noodzakelijke moment, vlak voordat je in slaap zou moeten vallen.

  • Metabole aandoening

    Als een kind problemen heeft met de stofwisseling noemt de dokter dat een metabole aandoening.

    Zie ook Metabole ziekten.

  • Metabole ziekten

    Dit zijn ziekten die te maken hebben met de stofwisseling in je lichaam. Je lichaam is opgebouwd uit cellen en elke cel is een klein fabriekje waar stoffen worden gebruikt en gemaakt. Dit heet de stofwisseling. Deze stofwisseling is nodig om bijvoorbeeld te groeien, nieuwe cellen aan te maken en warm te blijven. Als er iets mis is met je stofwisseling, kom je op deze afdeling terecht.

  • Mondheelkunde

    Tandartsen, kaakchirurgen (zie kaakchirurgie) en mondhygiënisten (zij vertellen je hoe je je gebit zo goed mogelijk kunt verzorgen en maken je gebit ook schoon) werken op deze afdeling samen aan het verbeteren van je gebit.

  • Mondmasker

    Als je in een ruimte gaat waar de lucht heel schoon moet blijven, moet je een mondmasker voor. Ruimtes waar de lucht heel schoon moet blijven zijn bijvoorbeeld de operatiekamer en de SCT kamers van verpleegafdeling Giraf.

    Vaak moet je behalve een mondmasker ook een muts op en een schort voor.

  • Monitor

    Een monitor is een klein computertje dat naast of achter je bed hangt. Jij bent met een aantal draadjes aan dat computertje verbonden. Op de monitor kan de arts of verpleegkundige een aantal dingen aflezen die bij jou gemeten worden. Zoals je hartslag, je bloeddruk en de hoeveelheid zuurstof je in je bloed.

  • Morfinepompje

    Een morfinepompje is een infuus waaraan een pompje zit. Als je op het pompje drukt, krijg je een kleine hoeveelheid medicijn tegen de pijn toegediend. Als je te vaak drukt, gaat de pomp ‘op slot’. Je kunt jezelf dus nooit teveel geven.

  • MRI

    Met een MRI-scan wordt een soort foto van de weefsels, bloedvaten en botten in je lichaam gemaakt. Het is iets anders dan een röntgenfoto waarmee je alleen de botten kunt zien. Bij een MRI-scan worden geen röntgenstralen gebruikt, maar een heel sterk magneetveld en radiogolven. Hiermee worden bepaalde signalen in het lichaam opgewekt. Een antenne ontvangt deze signalen en maakt er een plaatje van. Het onderzoek is niet gevaarlijk voor je lichaam en het doet geen pijn.

  • Narcose

    Narcose is een belangrijk hulpmiddel bij operaties of onderzoeken. Een ander woord voor anesthesie is narcose of verdoving. Anesthesie is een speciaal soort slaap die ervoor zorgt dat je niets merkt of voelt van een onderzoek of operatie.

    Zie ook Operatie.

  • Nefrologie

    Op deze afdeling werken de mensen die zich bezighouden met ziektes van de nieren.

  • Neonatologie

    Op deze afdeling worden te vroeg en/of te klein geboren kinderen verzorgd.

  • Neurologie

    Hier worden kinderen met problemen in de hersenen, zenuwen, het ruggenmerg of de spieren onderzocht.

  • Ontslagen

    Als je ontslagen wordt uit het ziekenhuis, betekent het dat je naar huis mag.

  • Ontsmetten

    Als een stukje van je huid wordt afgeveegd met een doekje waarop speciale vloeistof zit die je huid extra goed schoonmaakt, wordt dat stukje huid ontsmet.i

  • Oogheelkunde

    Hier vinden alle behandelingen plaats die te maken hebben met het oog en het zien.

  • Operatie

    Bij een operatie maakt een chirurg (operatiedokter) met behulp van medische instrumenten een snee in je lichaam. Dit doet hij of zij om je van binnen beter te maken. Soms wordt er een stukje uit je lichaam gehaald, bijvoorbeeld bij een blindedarmoperatie. Soms wordt er een lichaamsdeel vervangen, zoals bij een niertransplantatie. Dan wordt een niet goed werkende nier vervangen door een nieuwe nier.

    Voor een operatie ga je meestal onder narcose. Dat is een speciale slaap waardoor je niets van de operatie voelt. Je kunt ook gedeeltelijk verdoofd worden. Dan blijf je wakker en is alleen het stukje dat geopereerd moet worden verdoofd, zodat je er niets van voelt.

    Zie ook Narcose / Anesthesie

  • Orthodontie

    De mensen die hier werken (orthodontisten) houden zich bezig met het verbeteren van de stand van tanden en kiezen, zonder te opereren.

  • Orthopedie

    Op deze afdeling werken de mensen die zich bezighouden met alles wat te maken heeft met operaties aan het bewegingsapparaat van je lijf (armen, benen, voeten, rug)

  • Pedagogisch medewerker

    Dit zijn medewerkers die ervoor zorgen dat je naast de minder prettige dingen ook gewone en leuke dingen kan doen. Ze helpen je met het bedenken van wat je de hele dag zou kunnen doen, zoals bijvoorbeeld samen met je activiteiten doen op je kamer, naar de speelkamer, het dakterras, het kindertheater of naar de dieren.

    Soms kan het wel moeilijk zijn om in het ziekenhuis te liggen en geopereerd te worden of allerlei onderzoeken te krijgen. De pedagogisch medewerker vertelt je wat er met je gaat gebeuren en blijft ook bij je als dat nodig is. Ze kan je leren om met moeilijke situaties om te gaan.

  • Peritoneale dialyse (P.D.)

    Bij P.D. wordt je bloed ook gezuiverd, alleen vindt de dialyse niet in een kunstnier plaats (zoals bij hemodialyse), maar in je lichaam.

  • Pijnlineaal

    Op het pijnlineaaltje staan gezichtjes die aangeven hoeveel pijn jij hebt. Als je zeven jaar of ouder bent, geef je een cijfer voor de pijn.

  • Pijnpaspoort

    Als je een onderzoek of behandeling pijnlijk of eng vindt, weet jij het beste hoe de dokter of verpleegkundige jou kan helpen. Het Pijnpaspoort is een boekje waarin jij deze gewoontes en wensen kunt opschrijven. Bij een onderzoek of behandeling geef jij het aan de dokter of verpleegkundige. Na het lezen van het Pijnpaspoort weet hij of zij hoe jij het graag wilt. Het Pijnpaspoort kun je krijgen van de pedagogisch medewerker.

  • Plastische chirurgie

    Voor kinderen die geopereerd moeten worden om een lichaamsdeel er beter uit te laten zien, zoals bijvoorbeeld kinderen met een hazenlip of met brandwonden.

  • Psychiatrie

    Op deze afdeling worden kinderen met psychische problemen (problemen die je niet ziet, maar die in je hoofd zitten) door dokters onderzocht en behandeld. De dokters die hier werken heten psychologen en psychiaters.

  • Psychologen

    Alle kinderen die in het ziekenhuis komen vinden dat wel spannend en zijn soms wel eens een beetje bang, Ze kunnen zich zorgen maken over hun ziek zijn of zelfs bang zijn dat ze niet meer beter kunnen worden. Soms zijn kinderen ook niet gelukkig en gaan heel veel of juist heel weinig eten, soms hebben ze moeite met poepen of plassen nog in bed, worden gepest of zijn bang dat anderen hen niet begrijpen als ze over hun ziekte praten. Meestal kunnen de ouders, de leraren op school of andere mensen hen dan wel helpen om zich weer wat gelukkiger te voelen.

    Maar soms is dat niet genoeg ( of weten de mensen om je heen het ook niet zo goed) en dan is het fijn als iemand anders je kan helpen. De psycholoog is zo iemand. Zij (of hij) zoekt samen met je uit waar je goed in bent, waar je je zorgen over maakt of wat je moeilijk vindt en wat je daaraan zou kunnen doen. Ze kan je leren wat je kunt doen om minder bang te zijn, hoe je met bedplassen om kunt gaan, hoe eten weer gewoon voor je kan worden of hoe je aan anderen kunt vertellen wat je hebt.

  • Reflex

    Een reflex is een automatisch beweging die je lichaam maakt als een ander onderdeel wordt geactiveerd. Bij een algemeen onderzoek test de dokter je reflexen. Hij slaat met een soort hamertje (dit doet geen pijn) op een plekje onder je knie. Als het goed is, schiet je been naar voren. Dit is een reflex. Je hebt nog meer reflexen. Bijvoorbeeld: als je met je hand op iets heets komt, trekt je hand zich automatisch terug zodat je je niet brandt. Dat noemen ze een reflex reactie.

  • Revalidatie

    Op deze afdeling leren kinderen omgaan met de lichamelijke problemen die ze (tijdelijk of blijvend) hebben overgehouden na een operatie of ziekte.

  • Rode bloedlichaampjes

    Je hebt in je bloed twee soorten bloedlichaampjes. De witte bloedlichaampjes en de rode bloedlichaampjes.

    De rode bloedlichaampjes zorgen voor de verplaatsing van zuurstof in je bloed.

    Zie ook Witte bloedlichaampjes.

  • Röntgen

    Met behulp van speciale stralen (röntgenstralen) kan er een foto van de binnenkant van je lichaam worden gemaakt. Op deze foto kun je je botten, maar ook je organen, zoals je lever en je hart zien.

  • Ruggenmerg

    Het ruggenmerg is de zachte massa die binnenin de botten van je ruggenwervel zit. Door je ruggenmergkanaal lopen zenuwen die de spieren en dergelijke in je lichaam aansturen.

  • Slaapdokter

    Deze dokter zorgt er onder andere voor dat je ademhaling, je bloedsomloop en andere belangrijke lichaamsfuncties gewoon doorgaan terwijl jij slaapt tijdens een operatie. De slaapdokter past heel goed op jou als je slaapt. Daarom hoef je ook niet bang te zijn voor de anesthesie.

    Zie ook Anesthesie / Operatie / Narcose / Verdoving

  • Slagaders

    Dit zijn de buisjes die het bloed van je hart naar andere delen van je lichaam vervoeren. Het bloed in slagaders zit meestal vol zuurstof.

  • Snoezelkamer

    Kamer waar je je heerlijk kunt ontspannen.

    In de snoezelkamer gaat het vooral om kijken, voelen en luisteren.

    De snoezelkamer bevindt zich op de afdeling Dolfijn.

  • Specialisme

    Als je naar je eigen huisdokter gaat, kan hij of zij je wel helpen als je een griepje hebt of bijvoorbeeld de mazelen. Maar als je iets ernstigs aan je longen hebt, word je meestal doorgestuurd naar een dokter die heel veel van longen afweet. Die dokter heeft als specialisme longen. Zo heb je voor elk lichaamsdeel of orgaan een dokter die daar speciaal veel over weet. Dat orgaan of lichaamsdeel is zijn of haar specialisme. Er zijn heel veel verschillende plekken van je lichaam die behandeld of geopereerd kunnen worden en daarom zijn er ook heel veel verschillende specialismen.

  • Spina Bifida

    Open ruggetje; dit is een handicap waarmee kinderen geboren kunnen worden.

  • Steriel

    Steriel betekent: helemaal schoon, zonder bacteriën. De naalden waarmee dokters prikken zijn steriel. En de spullen in de operatiekamers ook. Dan kun je daar niet ziek van worden.

  • Stethoscoop

    Met een stethoscoop luistert de dokter naar je hart, je longen en je buik. Zo kan hij horen of je hart goed klopt, of je goed ademt en of je darmen in orde zijn.

  • Stuwband

    Een stuwband wordt gebruikt door een laborante van het priklab.

    Een stuwband is een band die om je bovenarm wordt gedaan. De stuwband is een band van elastiek die strak aangetrokken wordt. Hierdoor komt er druk op je bloedvaten en worden ze wat beter zichtbaar. Zo ziet de laborante precies waar ze moet prikken en is de prik des te sneller weer voorbij.

  • Traumatologie

    Voor kinderen die een ernstig ongeluk hebben gehad.

  • Tube

    Dit is een buisje dat in de luchtpijp van een kind is geplaatst.

    Dit buisje is nodig wanneer een kind op de afdeling Intensive Care aan de beademingsmachine ligt.

    Zie ook Intensive Care / Beademingsmachine.

  • Uitslaapkamer

    In de uitslaapkamer kun je rustig wakker worden na een operatie.

    De verpleegkundigen en dokters zijn vlak in de buurt, zodat ze je goed in de gaten kunnen houden.

  • Urologie

    Op deze afdeling worden kinderen die problemen hebben met hun blaas, hun plasser of plasgaatje onderzocht en behandeld. De dokters die hier werken heten urologen.

  • Venapunctie

    Als er bloed nodig is voor een onderzoek (meer dan je met een vingerprik kunt geven), dan krijg je een prik in je arm; dat noem je een venapunctie. Een venapunctie wordt gedaan door een arts of door een priklaborant van het priklab.

  • Verpleegkundigen

    Verpleegkundigen zijn de mensen die de hele dag voor je zorgen. Als je wat langer in het ziekenhuis moet blijven, heb je meestal een vaste groep verpleegkundigen die elkaar afwisselt. Als je wat wilt weten, kun je het hen vragen en ook met problemen kun je bij ze terecht. Het lukt niet altijd om dezelfde verpleegkundigen in te roosteren, dus het kan wel eens gebeuren dat je een nieuwe verpleegkundige aan je bed krijgt.

  • Vicieuze cirkel

    Een reeks vervelende toestanden waar je maar niet uit kunt komen.

  • Vingerprik

    Als er maar een beetje bloed nodig is voor het onderzoek, krijg je meestal een vingerprik. De vingerprik wordt gedaan door een laborante in het priklab of bij je bed.

  • Virus

    Een virus is een piepklein deeltje, dat een ontsteking kan veroorzaken als het in je lichaam komt. Je kan een virus op verschillende manieren krijgen. Bijvoorbeeld via de lucht door te hoesten bij een verkoudheid of als je je handen niet goed wast bij diarree.

  • Voedingsassistenten

    De voedingsassistenten verzorgen het eten op de afdeling. Zij zorgen voor jouw ontbijt, drinken en fruit en de broodmaaltijd tussen de middag. ’s Ochtends komen ze bij je langs om je te vragen wat je die dag wilt eten.

  • Witte bloedlichaampjes

    Je hebt in je bloed twee soorten bloedlichaampjes. De witte bloedlichaampjes en de rode bloedlichaampjes.

    De witte bloedlichaampjes zorgen voor de afweer en vernietiging van beestjes die je gezondheid bedreigen, zoals bijvoorbeeld bacteriën en virussen.

    Zie ook Rode bloedlichaampjes.

  • Ziektekiemen

    Dit zijn hele kleine beestjes die in je lichaam kunnen komen en je ziek kunnen maken.

  • Zintuigen

    De zintuigen zijn de hulpmiddelen van je lichaam, waarmee je je omgeving kunt verkennen. Je hebt vijf zintuigen: zien (zicht), ruiken (reuk), voelen (tast), horen (gehoor), proeven (smaak). Sommige mensen geloven dat er nog een zesde zintuig betstaat: je intuïtie, een soort extra antenne om dingen te weten.

Wilhelmina Kinderziekenhuis