Telefoon WKZ 088 75 555 55

Bloed prikken

Bloed afnemen om te kijken hoe het met je gaat

Een bloedonderzoek geeft veel informatie over hoe het met je gaat. Als je in het ziekenhuis ligt, wordt er daarom vaak een beetje bloed van je afgenomen om te onderzoeken. Op een formulier geeft de dokter precies aan wat hij wil laten onderzoeken en hoe je geprikt moet worden.

Het prikken kan op twee manieren: door een vingerprik of door een Venapunctie. Als je al een infuus hebt, hoef je meestal niet geprikt te worden en kan het bloed door het infuus eruit gehaald worden.

Het bloed dat is afgenomen, gaat in buisjes naar het laboratorium en wordt daar onderzocht. De uitslag (wat er gevonden is) bespreekt de dokter weer met jou en je ouders.

De vingerprik

Als er maar een beetje bloed nodig is voor het onderzoek, krijg je meestal een vingerprik. De vingerprik wordt gedaan door een laborante in het laboratorium of bij je bed. Dat gaat zo: je mag zelf kiezen in welke vinger je geprikt wilt worden (het liefst een vinger die een beetje warm aanvoelt, dan gaat het makkelijker); je vinger wordt schoongemaakt met een speciaal ontsmettingsdoekje; met een speciaal apparaatje waarin een naaldje zit, krijg je een prikje in je vinger. Dit doet even pijn; het bloed dat uit je vinger komt wordt opgevangen in een klein buisje. Als er niet zoveel bloed uit je vinger komt, wrijft en duwt de laborante een beetje op je vinger. Dit kan pijn doen; als er genoeg bloed in het buisje zit, ben je klaar en krijg je een pleister op je vinger.

De venapunctie

Een venapunctie is een prik in de arm (meestal aan de binnenkant van je elleboog). De venapunctie wordt meestal door een laborante gedaan in de behandelkamer of in het laboratorium. Dat gaat zo:je krijgt een strakke band om je bovenarm: de stuwband. Dit voelt soms een beetje raar. Hierdoor worden je bloedvaten wat beter zichtbaar en ziet de laborante precies waar ze moet prikken; je moet je arm strekken; de laborante maakt het plekje waar de prik komt schoon met een speciaal ontsmettingsdoekje; je moet je arm goed stil houden. Als je dat moeilijk vindt, helpt iemand je daarbij; de laborante geeft de prik, dit doet even pijn; het naaldje blijft even in je arm zitten zodat het bloed er uit kan lopen. Het bloed wordt opgevangen in glazen buisjes; als er genoeg bloed is afgenomen, wordt het naaldje eruit gehaald, dit voel je bijna niet; de laborante drukt even een gaasje op het wondje om het bloeden te stoppen; de laborante doet een gaasje op de prikplek.

plaatje meisje en dokterTips bij het prikken:

Als je het heel spannend of eng vindt om geprikt te worden, kun je de volgende dingen doen:

  • Spreek met de dokter af dat hij van tevoren een verdovende zalf op je arm smeert. Deze zalf (Emla-creme) zorgt ervoor dat het prikken minder pijn doet;
  • Houd je arm zo slap mogelijk, dan doet het prikken minder pijn. Dit kun je bijvoorbeeld doen door eerst een vuist te maken en hem dan weer los te laten. Dit kun je ook van tevoren oefenen (vraag eventueel iemand om je te helpen); let er goed op dat je blijft doorademen.
  • Als je je adem inhoudt, span je je spieren en wordt het prikken moeilijker en doet het meer pijn;
  • Houd tijdens het prikken iemands hand vast (die van je vader of moeder bijvoorbeeld). Als het pijn doet, kun je daar in knijpen (niet te hard natuurlijk!).

Er is een app gemaakt om je voor te bereiden voor het prikken. Wil je meer weten over de Prik! app, kijk dan hier!

Wilhelmina Kinderziekenhuis