Telefoon WKZ 088 75 555 55

MRI

Radiologisch onderzoek

Een MRI-scan maakt een soort foto van de weefsels, bloedvaten en botten in je lichaam, in dit geval van je hoofd. Het is iets anders dan een röntgenfoto waarmee je je botten, maar ook je organen, zoals je lever en je hart kunt zien. Bij een MRI-scan worden geen röntgenstralen gebruikt, maar een heel sterk magneetveld en radiogolven. Hiermee worden bepaalde signalen in het lichaam opgewekt. Een antenne ontvangt deze signalen en stuurt de gegevens naar een computer. In de computer worden de gegevens verwerkt en omgezet in beelden. Het resultaat is een aantal beelden van je hoofd en hersenen. De dokters kunnen aan deze beelden zien of er afwijkingen zijn in de structuur van je hersenen. Het onderzoek is niet gevaarlijk voor je lichaam en het doet geen pijn.

Hoe gaat het?

Omdat metalen voorwerpen niet mee de onderzoekskamer in mogen, moet je eerst al je sieraden (ketting, ring, armband, oorbellen) afdoen en kijken of je niets van metaal in je zakken hebt. Je mag je kleren gewoon aanhouden, behalve kleren met metalen ritsen. Als je een beugel hebt, moet je dat van tevoren zeggen.

In de onderzoekskamer ga je op je rug op een soort tafel liggen. Om de foto’s (de opnames) te maken, moet je heel stil liggen. Daarom krijg je meestal een band over je voorhoofd of over je buik om je te helpen met stilliggen. Soms helpt het als je je ogen dichtdoet. De tafel wordt in een soort tunnel geschoven. Als je in de tunnel ligt, worden de opnames gemaakt. Die duren steeds een aantal minuten. Tijdens de opname hoor je een luid geklop, alsof er iemand heel snel zit te timmeren.

De laboranten die de opnames maken, zitten niet bij je in de ruimte, maar achter een raam. Zo kunnen ze je wel zien en in de gaten houden.

Boven je hoofd hangt een luidsprekertje waardoor je met de laboranten kunt praten. Zij vertellen je steeds wanneer er weer een opname komt. Ze zeggen dan bijvoorbeeld: ‘Er komt nu een opname van drie minuten.’ Dan weet je dat je drie minuten heel stil moet liggen. Het hele onderzoek duurt meestal een half uur tot een uur.

Een van je ouders mag bij je blijven tijdens de opnames als je dat fijn vindt. Je vader of moeder kan dan op een stoel achter de tunnel gaan zitten, zodat je hem of haar kan zien. Als je wilt kun je een eigen cd meenemen om te luisteren. De laboranten zetten de cd dan voor je op.

Soms is het nodig dat je een infuus krijgt, waarmee dan een vloeistof ingespoten wordt waardoor de dokters nog meer kunnen zien op de foto’s. Een infuus is een prik in je hand of arm die even moet blijven zitten. De prik kan pijn doen, het inspuiten van de vloeistof voel je niet. Na de opnames wordt het infuus er weer uitgehaald (dit doet geen pijn).

Als je wilt kun je samen met je ouders de MRI-ruimte van tevoren komen bekijken. Je ouders kunnen daarvoor een afspraak maken met de MRI-afdeling. 088 755 88 77.

Wilhelmina Kinderziekenhuis