Telefoon WKZ 088 75 555 55

Spelletjes om je af te leiden

plaatje jongen met verplaagkundigeZoek de fout

  • Vertel een verhaal met fouten en laat de ander de fouten zoeken bijvoorbeeld
    • ‘Er was eens een jongen van 9 jaar. Hij had blauwe ogen en grijs haar.’
    • ‘Moeder zegt:” Daan, pak je zwembroek, we gaan lekker een dagje naar zee”. Op de terugweg halen we meteen een kerstboom op want het is bijna 25 december.’

Geen ja geen nee

  • Spreek af wie geen ja of nee mag zeggen.
  • Zodra dit wel gebeurt, draai je de rollen om.
  • Maak er een rollenspelletje van bijvoorbeeld de één heeft een winkel (schoenen,speelgoed,kleding,snoep) en de andere komt iets kopen.
  • Voeg verboden woorden toe bijvoorbeeld zwart of wit.

Wie ben ik?

  • De één neemt een denkbeeldig persoon in het hoofd. Het moet iemand zijn die jullie beiden kennen.
  • De ander komt er door vragen te stellen achter wie het is.
    Bijvoorbeeld: Is het een man? Woont ze in Nederland? Is ze bekend van de TV? Werkt hij in het ziekenhuis?
  • Je mag alleen met ja of nee antwoorden. Dus stel de vraag zo dat je met ja of nee kunt antwoorden.
  • Je kunt het ook met bijvoorbeeld dieren of voorwerpen doen.
  • Je kunt afspreken hoeveel keer je fout mag raden.
  • Je kunt het aantal gestelde vragen tellen en kijken wie er het snelst achter is.

Woordketting

  • Maak een ketting van woorden. De laatste letter van het eerste woord is de beginletter voor het volgende woord.
  • Doe het bijvoorbeeld met plaatsnamen, zoals Maastricht, Terneuzen, Naarden, Noordwijk, Kaatsheuvel.
  • Het kan ook met jongens of meisjesnamen, dieren.

Liedjes raden

  • De één neuriet een liedje en de ander raadt welk liedje het is?
  • Je kunt ook fluiten, het ritme tikken of klappen.

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

  • Iemand zoekt een gekleurd voorwerp dat voor iedereen die mee doet zichtbaar is en zegt:”ik zie ik zie wat jij niet ziet en de kleur is b.v rood”. De ander benoemt verschillende rode dingen die hij/zij ziet. Als het voorwerp geraden is kies dan een ander voorwerp.
  • Je kunt de rollen ook omdraaien.

Verboden woord

  • De één maakt een beschrijving van een voorwerp, zonder het woord te noemen.
  • De ander moet het voorwerp raden.
  • Bijvoorbeeld: televisie. Heel veel mensen hebben het. Het is ook in het ziekenhuis. Je kan het aan en uit zetten. Als er geen stroom is doet hij het niet. Je kunt er naar kijken en luisteren, enz.
  • Je kunt ook afspreken hoe vaak je mag raden.

Vul elkaar aan

  • De één begint een verhaal en stopt na een (afgesproken) tijd. De ander gaat verder en geeft na een poos het verhaal weer door naar de ander.

Fantaseren over………

  • Wat doe je als je een hoofdprijs van 10 miljoen wint.
  • Als je de directeur van dit ziekenhuis bent.
  • Als je de baas van Nederland bent.
  • Welk dier je het liefst zou willen zijn.
  • Welk record in het Guinnessbook of records je zou willen verbeteren?
  • Een televisieprogramma maken.
  • “Optreden” in een televisieprogramma.
Wilhelmina Kinderziekenhuis