Telefoon WKZ 088 75 555 55

Diagnose

foto gesprek met artsHamza heeft last van krampen van de blaas. Daardoor moet hij vaak opeens heel erg plassen en kan het dan bijna niet meer ophouden. In het ziekenhuis noemen ze dat met een moeilijk woord drangincontinentie. Veel kinderen met plasproblemen hebben hier last van.
Natuurlijk weet je wel hoe je moet plassen, maar het is belangrijk dat je het op de goede manier doet, zodat je je blaas helemaal leeg plast. Om goed te plassen is het belangrijk dat je ontspannen op de wc zit. Dan kun je je blaas leegplassen.

Hoe werkt het gewoon?

Als er een beetje plas in je blaas zit, gaat er een seintje naar je hoofd. In je hoofd zit een soort plascomputer die het seintje van je blaas ontvangt: namelijk: ‘Er zit plas in mijn blaas’. Jij kunt via de plascomputer twee seintjes teruggeven:
Er zit genoeg plas in mijn blaas, dus ik ga plassen óf
Er zit nog niet genoeg plas in, ik hou het nog even op.

Als je besluit het nog even op te houden, dan komt er meer plas in je blaas, want je nieren werken altijd door. Als je voelt dat er genoeg plas in je blaas zit (de seintjes worden steeds sterken), ga je plassen.

Onder in je blaas zitten je sluitspieren, een soort rem op je blaas. Je sluitspieren zijn een soort deurtjes die dicht zijn en ervoor zorgen dat je plas niet zomaar in je broek loopt. De sluitspieren gaan pas open op het moment dat je gaat plassen op de wc. Je blaas knijpt de plas eruit. Je hoeft zelf niet meer te drukken of te persen als je plast. Je blaas kan dat zelf.

Als je heel nodig moet plassen, zodat je het bijna niet meer kunt ophouden, dan heb je nog een “noodrem”. Dit zijn de bekkenbodemspieren. Deze spieren trekken dan heel hard samen en voorkomen dat de plas eruit komt. Deze spieren gebruik je dus alleen in noodgevallen.

Hoe werkt het als je drangincontinentie hebt?

Kinderen die hier last van hebben, krijgen door de krampen van hun blaas te vaak seintjes dat ze moeten plassen. Ze gaan veel naar de wc en plassen dan kleine beetjes. Een uur of zelfs eerder nadat ze geplast hebben, kunnen ze alweer zenuwachtig zitten te wiebelen, omdat ze zo nodig moeten. Omdat het ophouden van de plas met de sluitspier niet altijd lukt, gebruiken ze deze of ander ‘ophoudmanieren’. Vaak gaan ze hurken met één hak tussen de billen of ze kruisen hun benen, allemaal om te proberen hun plas op te houden. Het plassen zelf gaat op de gewone manier: door de sluitspier te ontspannen en in één keer de blaas leeg te plassen. Soms blijft er nog wel wat urine achter, omdat de kringspier alweer sluit voordat de blaas leeg is. Daardoor hebben ze vaker last van urineweginfecties.

Bij Hamza is er nog meer aan de hand. Hij heeft last van drangincontinentie, maar de dokter denkt dat hij misschien ook een plasbuisvernauwing heeft. De plasbuis is het buisje waardoor je plas naar buiten komt. Als dat buisje te nauw is, kan je plas minder makkelijk naar buiten. Daardoor wordt je blaas niet goed leeg en heb je al heel gauw weer het gevoel dat je moet plassen. Door de vernauwing moet je ongemerkt ook een beetje harder persen met je blaas om de plas eruit te krijgen. Je krijgt dan spierballen op je blaas. Dat lijkt handig, maar dat is het niet. Je blaas heeft een hele dikke wand en kan daardoor niet goed uitrekken. Daardoor kan er maar weinig plas in je blaas en heb jij het gevoel dat je de plas niet kunt ophouden. De dokter gaat in een ander onderzoek kijken of Hamza echt een plasbuisvernauwing heeft.

Wilhelmina Kinderziekenhuis