Telefoon WKZ 088 75 555 55

Urodynamisch onderzoek

  • urodynamisch onderzoek

    Op deze foto's zie je het onderzoek bij een meisje..

  • urodynamisch onderzoek
  • urodynamisch onderzoek
  • urodynamisch onderzoek

Dit onderzoek krijg je als de dokter na de eerdere onderzoekjes nog niet precies weet waarom je problemen hebt bij het plassen. Met dit onderzoek kijkt de dokter speciaal naar hoe je blaas werkt en naar de manier waarop je blaas is afgesloten. Zo kan hij zien of er misschien toch iets met je blaas of nieren aan de hand is. Of dat er vanbinnen niets aan de hand is, maar je een verkeerde manier van plassen hebt aangeleerd.

Het onderzoek gaat zo:

Je komt in de blaasfunctiekamer samen met je moeder of vader die natuurlijk bij je mogen blijven. De verpleegkundige legt eerst heel rustig uit wat zij en de dokter allemaal gaan doen. Ze laat je alle slangetjes en de computer zien die voor dit onderzoek nodig zijn.

Eerst brengt de verpleegkundige een dun slangetje (katheter) door de urinebuis in je blaas. Dat vinden de meeste kinderen een beetje eng omdat ze niet weten wat er gebeurt. Je plasbuis is echt een buisje waar een dun slangetje makkelijk in kan. De verpleegkundige moet natuurlijk wel eerst goed kijken waar het plasgaatje zit. Dat zit een beetje verborgen dus ze zal de huid rond je plasbuis een beetje opzij moeten houden. Dit lukt het beste als je je benen een beetje wijd neerlegt. Ze legt wel uit hoe je dat het beste kunt doen. Als zij het slangetje erin doet dan voel je het een beetje kriebelen. Sommige kinderen vinden het een beetje eng en gaan daardoor de bilspieren aanspannen. Wanneer je al je spieren probeert slap te houden, doet het bijna geen zeer. Een beetje zuchten erbij helpt. Je kunt het samen doen met je moeder of vader die erbij is.

Als het slangetje in je blaas zit dan is het moeilijkste voorbij. Dit slangetje kan meten hoeveel druk er in je blaas zit als er plas in komt. Vaak brengt de dokter of de verpleegkundige ook een katheter met een drukmeter in je poepgaatje. Dat is doet geen pijn. Op de huid in de buurt van je poepgaatje worden ook plakkers [ elektroden] geplakt. Hier meten ze hoe sterk je bekkenbodemspieren zijn.

Nu is het meeste werk gedaan. De verpleegkundige hangt een zak water op en het water uit de zak loopt langzaam in je blaas. Dat doet helemaal geen pijn. Als je voelt dat je moet plassen, kun je dat gewoon zeggen. Als je echt nodig moet, plas je op een wc met een computer.

Alle gegevens worden in een computer opgeslagen en berekend. Zo krijgt de dokter informatie over hoeveel er in je blaas kan, over de druk op je blaas, de druk van de plasbuis, de snelheid waarmee de urine door de plasbuis loopt en over de kracht van de bekkenbodemspieren. Ook kan de dokter zien of je plas verliest en wat de oorzaak ervan is.

Het onderzoek duurt ongeveer 30 tot 45 minuten. Als alle gegevens bekend zijn dan gaan de slangetjes er weer uit. Dat is heel snel en daarna kun je weer lekker naar huis.

Wilhelmina Kinderziekenhuis